Collaborative Governance theorie laat zien, dat als er een mogelijkheid is om samen met burgers, experts, bedrijven én overheid aan de slag te gaan, de slaagkans vele malen groter is. De theorie: Cultivating a community of practice. Het is zaak om zowel de vraag van bewoners, bedrijven en overheid te bundelen, als het aanbod te matchen.

 

Achtergrond

Versnelling Van De Energietransitie Met De Lokale Energiecoöperatie (Acceleration of the Energy Transition with the Local Energy Cooperative)
Jurgen van der Heijden (2014)
https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2441447

Jurgen Van der Heijden wijst vooral op de kracht die van coöperaties uit kan gaan. Hij stelt dat er in de praktijk voor de meeste coöperaties nog maar een ondergeschikte rol is weggelegd, ondanks het feit dat er binnen de (lokale) overheid veel belangstelling is voor de rol die energiecoöperaties in de energietransitie kunnen spelen. Van der Heijden wijst in dit verband op de kracht die een coöperatief netwerk zou kunnen hebben, vooral als die coöperatie in staat is om nieuwe vormen van samenwerking tussen vrijwilligers, bedrijven, overheden en instellingen vorm te geven.

Van der Heijden ziet vooral de samenwerking an sich als vehikel tot succes: in zijn ogen hoeft het initiatief niet eens te leiden tot de formele oprichting van een coöperatie. Alleen al het eenvoudige feit dat mensen op zoek gaan naar samenwerking kan leiden tot mooie initiatieven. Als er een initiatief ontstaat, is het in de ogen van Van der Heijden cruciaal om tenminste vier stappen te volgen. Allereerst is het zaak om tot vraagbundeling te komen; niet alleen van bewoners maar ook van bedrijven, en van de overheid. Evenals Hoppe en Akker (2014) en Seyfang en Haxeltine (2012) wijst Van der Heijden op het belang van enige vorm van organisatie (stichting, samenwerkingsverband of coöperatie) waarbij een spil in de vorm van een coördinator van belang is (zie ook eerder: Van den Brink, van den Hulst, de Graaf en van der Pennen (2012); Hoppe en Akker (2014)). Vervolgens is het zaak om vraagbundeling te organiseren, waarbij aanbiedende bedrijven, burgers en experts bij elkaar in een consortium krachten bundelen. Organiseer, tot slot, zo stelt Van der Heijden, een vorm van portfoliomanagement, en laat bedrijven en de gemeente daaraan bijdragen met hun vraag en met daken en grond voor projecten. Hetgeen van de overheid vooral een sensitieve en adaptieve houding vraagt (zie ook: Berke en Lyles (2013). In de ogen van Van der Heijden kunnen bewoners, overheden, instellingen en bedrijven deze vier stappen volgen om opkomst en groei van lokale energiecoöperaties te versnellen.

Public Risks and the Challenges to Climate-Change Adaptation: A Proposed Framework for Planning in the Age of Uncertainty
Philip Berke en Ward Lyles (2013)
Cityscape (2013): 181-208

Berke en Lyles (2013) bieden een framework voor overheden aan, waarin zij in samenwerking met alle andere betrokken partijen vanuit diverse perspectieven kunnen werken aan beleid. Berke en Lyles (2013) stellen voor om de bestaande praktijken en inzichten van collaborative governance en anticipatory governance te gebruiken om vormen van gedeelde verantwoordelijkheden tussen (actieve) burgers en overheden te stimuleren.

In een collaborative aanpak is het zaak om de verschillende (en vaak diverse) stakeholders, bestaande uit betrokken algemeen publiek, experts (institutioneel, maar ook hoogbetrokken burgers) samen te brengen om te werken aan nieuw beleid en interventiemogelijkheden: shared learning en shared understanding is daarbij cruciaal. Met als doel om een community of practice in te richten, die op grotere schaal inzichten kan delen tussen de verschillende actoren. Dit vergt een andere houding van overheden; zij zijn niet langer leidend maar begeleidend.