Inleiding

Nieuwe kennis is nodig om de kracht en werking van gesprekken (on- en offline) te analyseren tussen verschillende groepen in de samenleving over de belangrijkste gespreksdilemma’s die zich voordoen bij energietransitie. Uit de praktijk blijkt dat dit niet gemakkelijk is: bestuurders en beleidsmakers bij organisaties en overheden geven aan onvoldoende kennis en tools te hebben om zelfstandig wetenschappelijke inzichten uit de sociale wetenschappen toepasbaar te maken voor deze weerbarstige praktijk. Zij hebben behoefte aan een communicatief handelingsperspectief in de zin van kennis en tools. Terwijl ook burgers van Nederland, die in energiecollectieven actief zijn, nog onvoldoende aansluiting vinden bij medeburgers. Dat is de reden dat HG, EMMA en Ús Koöperaasje de handen ineen willen slaan. Om aan de hand van sociaal wetenschappelijke inzichten en ervaringskennis een praktisch handelingskader te ontwerpen dat in ieder geval in de noordelijke provincies op haalbaarheid is getoetst.

Achtergrond

De ambitie van de nationale overheid om te voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van 2020, botst regelmatig met lokale overheden en burgers. Energietransitie is en blijft een lastig dossier. Niet alleen bestuurders en beleidsmakers stuiten daarbij op lokale weerstanden tegen voorgenomen energieprojecten en/of -oplossingen. Vooral ook medeburgers, die zelf al wél actief zijn rond energietransitieprojecten, merken in de praktijk dat hun inspanningen niet altijd aansluiten bij anderen in de samenleving. Of het nu om schaliegaswinning gaat, of windmolenparken in Drenthe en Friesland betreft; al deze initiatieven leveren de nodige gespreksstof op. Een tweede rem op het halen van deze duurzaamheiddoelstellingen is de langzame acceptatie van het algemene publiek van vernieuwende interventies op het gebied van duurzaamheid en energie: het plaatsen van zonnepanelen neemt nu pas een serieuze vlucht. Er wordt, kort gezegd, niet uitgehaald wat er in zit.

Probleemstelling

In het algemeen geldt, dat voor energiebeleid of energie- innovaties die niet of langzaam worden geaccepteerd op grond van inhoud, achteraf moeilijk draagvlak kan worden gerealiseerd, ook niet met mooie beloften en dure folders. Sterker nog: gedragsbeïnvloeding heeft pas zin als de boodschap doorklinkt in de gesprekken die mensen al enige tijd met elkaar voeren. Wordt over de boodschap verder niet gepraat, dan valt voor enig bedoeld effect te vrezen (zie: Van Woerkum & Aarts, 2008). Door de opkomst van vele nieuwe online communicatie- en distributiekanalen (Twitter, Facebook, LinkedIn-groups, om maar een paar voorbeelden te noemen), versnippert dit gesprek tussen deelnemers bovendien. En valt online communicatie vaak te typeren als praten in een echokamer , iets waar de  RMO (De nieuwe regels van het spel, 2011) al op wees. Websites en conversaties verwijzen voornamelijk naar gelijkgestemde plekken, waardoor internetgebruikers zich vaak in ‘echokamers’ bevinden: ze denken dat ze alle informatie en invalshoeken binnen handbereik hebben, maar wandelen in werkelijkheid rond in een beperkt netwerk van informatie. Het is dus zaak om, als het ware, de muren tussen deze echokamers te slechten. .

Inhoudelijke aanpak

De vragen uit de praktijk zijn in combinatie met de  state-of-the-art kennis vertaald in onderstaande overkoepelende onderzoeksvraag: Hoe kan bij lokale energietransities effectief vorm worden gegeven aan communicatie door het op gang brengen van permanente gesprekken tussen relevante stakeholders (overheid, markt, kennis en maatschappij)? Het onderzoek ‘frames met energie’ sluit aan bij een ontwikkeling om de alledaagse gesprekken tussen mensen te zien als bron van analyse en als bron voor verandering. Nieuwe wetenschappelijke inzichten over communiceren in het publieke domein en opgedane kennis aan de hand van onderzochte cases en best practices , stelt de betrokken burger en bestuurder en beleidsmaker in staat analyses te maken en te anticiperen op tekenen die wijzen op zorgen van (mede) burgers bij lokale energietransities. In het onderzoek werken drie partners samen om een vernieuwend energiecommunicatie-instrumentarium te ontwikkelen, dat doeltreffend aanzet tot maatschappelijk acceptatie van lokale energie projecten en dat daarmee een bijdrage levert aan de versnelling van de energietransitie in Nederland.

Deelnemers

Drie partijen pakken deze communicatieve opgave gezamenlijk bij de kop. Dat doen we met behulp van innovatief onderzoek, waarbij ieder van de partners een duidelijke, afgebakende rol heeft. De drie samenwerkingspartners zijn: kennisinstelling Hanzehogeschool Groningen (lector Annette Klarenbeek), adviesbureau EMMA, experts in media en maatschappij (dr. Ton Baetens) en Ús Koöperaasje /Enerzjy Koöperaasje Fryslân (Sybrand Frietema), een organisatie zonder winstoogmerk die coöperaties als achterban heeft. We ondernemen dit traject voor gezamenlijke rekening en risico, waarbij Hanzehogeschool Groningen en EMMA (omwille van financiële draagkracht) een meer dan evenredig aandeel nemen. Dit vanwege het coöperatieve (en voor een belangrijk deel uit vrijwilligersarbeid bestaande) karakter van Ús Koöperaasje. Onderzoeksorganisatie Hanzehogeschool Groningen (hierna HG) en EMMA ontwerpen samen het onderzoeksdesign, waarbij de verantwoordelijkheid als volgt is verdeeld: framingonderzoek is in handen van HG. De online datacollectie en analyse is voor rekening van EMMA Ús Koöperaasje zal de praktijktoetsing en tussenresultaten op haalbaarheid toetsen.

Doelstelling

Ons onderzoek kent een ambitieuze algemene doelstelling: we onderscheiden relevante maatschappelijke en communicatieve werkzame ingrediënten, waardoor er over vier jaar vanaf nu, minder maatschappelijke bezwaren leven tegen lokale energieopwekking. En meer burgers actief aan de slag zijn met energietransitie.
Meer uitgewerkt zouden we onze onderzoeksdoelstellingen als volgt willen omschrijven:

  • Inzicht in de wijze waarop mensen lokale energietoepassingen bespreken.
  • Burgers, bestuurders en beleidsmakers leren elkaars wereld en taal te begrijpen, door te reflecteren op eigen en elkaars uitingen.
  • Kennis en verspreiding van de inhoud en het belang van discoursen over lokale energietransities en de impact daarvan op burgers.

In dit onderzoek sporen we de problemen en oplossingen op van mensen in gesprekken over energietransities. We doen dit door te onderzoeken hoe uitspraken werken, wat deze oproepen. Op deze manier krijgen onze onderzoeksparticipanten inzicht in:

  • De kracht en werking van gesprekken (on- en offline) tussen groepen in de samenleving bij energietransitie;
  • De situationele context (betrokken spelers en hun handelen);
  • De belangrijkste communicatieproblemen die zich voordoen bij lokale energietransities.

Resultaat

Ons onderzoek kent het volgende resultaat: Een energiecommunicatie-instrument waarmee de hoogbetrokken burgers (de front runners), bestuurders en beleidsmakers bij overheid en marktpartijen op energietransitiegebied effectiever kunnen opereren door:

  • Zelfstandig een gespreksanalyse te kunnen maken;
  • Te reflecteren op de eigen gespreksbijdrage en die van de ander;
  • Gespreksinzichten leren te vertalen naar een succesvolle communicatiestrategie.

Wilt u meer weten? Lees dan hier de onderzoeksopzet.